LEEUWARDEN - Het OM eist twintig maanden gevangenisstraf tegen een 41-jarige man uit Leeuwarden voor bedreiging met een vuurwapen, het in bezit zijn van dit in werking zijnde vuurwapen en het bezit van harddrugs en softdrugs. De officier ziet de feiten van deze tenlastelegging in de bredere context van het dossier: huiselijk geweld en dwingend handelen door verdachte.


Hoewel de onderliggende wens van verdachte om zijn kind te zien invoelbaar is, vindt de officier van justitie de manier waarop hij met de aangeefster omgaat, onacceptabel. “Gaat het niet zoals hij dat wil, dan grijpt hij naar een wapen. Een geladen wapen dat hij bij zich draagt. Erg zorgelijk”.

Aangeefster doet op 4 januari 2026 aangifte van bedreiging door verdachte. Hij zou bij haar in de woning zijn geweest en haar met een vuurwapen gericht op haar gezicht hebben bedreigd. Op het moment dat de patroonhouder uit de hand van verdachte valt, weet zij deze te pakken en later aan de politie te overhandigen. De dochter van aangeefster was op dat moment ook in de woning aanwezig. Zij duwt verdachte naar buiten en doet de deur dicht. Op beelden van de deurbelcamera is te horen dat verdachte roept: “ik maak je af”, en “Laat me nu niet boos worden want ik maak dadelijk alles af nu”.

Op 5 januari wordt verdachte aangehouden in zijn woning. Bij de doorzoeking vindt politie een hoeveelheid harddrugs en softdrugs, mogelijk voor de handel maar mogelijk ook voor eigen gebruik.

De officier ziet in deze casus een groot risico en een aantal rode vlaggen. Er is sprake van eerder huiselijk geweld met betrekking tot een ander slachtoffer, er is een wapen, er zijn bedreigingen en volgens aangeefster ook gedrag dat als stalking kan worden aangemerkt. Zo zou hij haar hebben lastig gevallen door het sturen van berichten en het afleggen van bezoeken aan haar huis. Uiteindelijk leidt dat dan tot de feiten op de tenlastelegging.

Verdachte neemt geen verantwoording voor zijn handelen en lijkt de schuld volledig buiten zichzelf te zoeken. Met de Reclassering ziet de officier een risico op escalatie. De officier merkt op dat er bij huiselijk geweldzaken doorgaans meer incidenten aan vooraf gaan. “Dat lijkt hier ook zeker het geval te zijn”, aldus de officier.

Het feit heeft ook grote gevolgen gehad voor aangeefster en haar kinderen. Zij moet beveiligd worden, omdat men een groot risico ziet op het moment dat verdachte vrij zou komen. De kinderen zijn uit hun omgeving gehaald en zijn daarmee ook de dupe van het handelen van verdachte en het risico dat hij in het leven heeft geroepen.

De officier neemt als basis voor de strafmaat de richtlijnen van het OM aan. Het intimiderende gedrag van verdachte, waarbij de angst dat dit gaat escaleren groot is, vindt de officier strafverzwarend. Daarbij moet de bescherming van de maatschappij centraal staan. Hij eist twintig maanden gevangenisstraf. Daarnaast vordert hij een contactverbod voor aangeefster en haar dochter voor de duur van vijf jaar en een regeling met betrekking tot het contact met hun gezamenlijke dochter. Voor beide vraagt de officier aan de rechtbank de dadelijke uitvoerbaarheid te bepalen.

Tot slot vraagt de officier aan verdachte een Gedrags- en Vrijheidsbeperkende Maatregel op te leggen.

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.